Funny little things called: Hormones

In dit artikel wordt uitgelegd welke rol hormonen spelen bij honden, wat de mogelijke gevolgen van (vroege) castratie zijn en waarom nuance belangrijk is.
Ik ben opgegroeid in een tijd waarin castratie bij honden de norm was. Het hoorde er gewoon bij: een pup werd puber en dan was het “tijd”. Toen ik tien jaar geleden mijn paard kocht als vierjarige hengst, was er geen enkele twijfel: eerst castreren, daarna ophalen.
Bij paarden komen er vooral welzijnsgerelateerde bezwaren om de hoek kijken bij intacte mannelijke dieren (hengsten). In Nederland is het gewoonweg heel moeilijk om een hengst op een manier te houden die alle behoeften van een paard als sociaal kuddedier voorziet. Castratie is simpel gezegd de meest praktische keuze. En hoewel er ook bij paarden metabolische veranderingen plaatsvinden in het lichaam na castratie, lijkt hun dagelijkse welzijn niet op te wegen tegen de lichamelijke voordelen van het intact houden. Als ik mijn paard vandaag de dag, met de kennis van nu, opnieuw zou kopen zou ik waarschijnlijk dezelfde beslissing maken.
Maar bij mijn eigen hond ging ik het vraagstuk toch anders zien.
Van vanzelfsprekend naar kritisch nadenken
Hoewel ik ben opgegroeid met het gedachtengoed dat castreren normaal is, had mijn man alleen ervaring met intacte reuen. Toen wij een pup kregen, vroeg ik me voor het eerst af: is castreren eigenlijk wel nodig?
Hoe meer ik las, hoe meer ik overtuigd raakte dat castratie niet altijd de beste keuze is, in ieder geval niet voor de hond volledig is uitgegroeid en zeker niet zonder (medische) noodzaak.
Een recente vijfdelige lezing van Dr. Karen Becker en Dr. Peter Dobias gaf me nieuwe inzichten over de rol van hormonen bij honden. Die inzichten deel ik graag maar zonder oordeel, juist omdat ik vind dat deze informatie waardevol is voor iedere hondenbezitter.
De serie is hier te bekijken (Engelstalig): https://hormonehealthfordogs.org
De functie van hormonen
Of we nu een reutje of een teefje in huis nemen; we komen allemaal op een bepaald moment op een zeker punt: de schattige, enthousiaste en meewerkende pup begint te veranderen. Luisteren is ineens een stuk minder belangrijk (of beter gezegd: dat lukt gewoon niet meer omdat er geen ruimte voor is); er gaat ineens een wereld open die vele malen interessanter is. De puberteit komt onvermijdelijk; en het startschot is de start van de productie van geslachtshormonen.
Bij het woord ‘hormonen’ denken we automatisch aan geslachtshormonen, maar ons lichaam produceert een heel assortiment aan hormonen die noodzakelijk zijn om verschillende functies te regelen. Hormonen zijn ‘signaalstofjes’ die betrokken zijn bij bijvoorbeeld groei en ontwikkeling, de stofwisseling, het immuunsysteem, voortplanting, de stressrespons, emoties, enz.
De belangrijkste geslachtshormonen bij honden zijn testosteron, oestrogeen, progesteron, inhibine en (bij teefjes) relaxine. Belangrijk om te weten: zowel reuen als teven produceren een mix van deze hormonen, dus niet alleen de “geslachtsspecifieke” hormonen.
Hoe de hormooncyclus werkt
In de hersenen werken drie gebieden samen:
- Amygdala: verwerkt emoties, stress, motivatie en sociaal gedrag, op basis van informatie vanuit de zintuigen (denk aan feromonen, geur, …)
- Hypothalamus: startpunt van de hormooncyclus door de afgifte van GnRH op basis van informatie vanuit de amygdala.
- Hypofyse: maakt in reactie op de GnRH de hormonen LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikelstimulerend hormoon) vrij, die de productie van geslachtshormonen aansturen. LH is de signaalstof die bij reuen de testosteronproductie opstart en bij teven de ovulatiecyclus in gang zet. FSH stimuleert de zaadcelontwikkeling bij reuen en follikelontwikkeling bij teven. In de ovaria van de teven worden oestrogeen en progesteron geproduceerd.
Het lichaam is altijd op zoek naar balans. Wanneer er voldoende geslachtshormonen zijn aangemaakt, krijgt de hypofyse feedback om te stoppen met de productie van LH. Tijdens de puberteit worden er heel veel geslachtshormonen aangemaakt in korte tijd. Om dit te kunnen doen, schiet de productie van LH omhoog. Dit is precies waarom jonge honden soms “ontregeld” lijken; de balans in hun lichaam is tijdelijk zoek. De leeftijd waarop de puberteit start en de duur van de puberteit verschilt sterk van ras tot ras en zelfs individu.

De functies van geslachtshormonen
Geslachtshormonen hebben zeer belangrijke functies in het lichaam, veel meer dan alleen de voortplanting. Ze zijn betrokken bij:
- een goede werking van het immuunsysteem
- botontwikkeling
- spiermassa en spierkracht
- het metabolisme
- cognitieve ontwikkeling
- gedrag en emoties
- orgaanfuncties
- gezondheid van hart en bloedvaten.
Wanneer een hond de invloed van de geslachtshormonen mist, kun je je vast voorstellen dat hij of zij ook belangrijke puzzelstukjes mist die het lichaam in balans houden.
Wat gebeurt er als je vóór of tijdens de puberteit castreert?
Wanneer de geslachtsorganen (teelballen bij reuen en de eierstokken bij teefjes) worden verwijderd, kunnen er geen geslachtshormonen meer worden aangemaakt.
De hypothalamus en hypofyse blijven echter normaal actief. Ze blijven LH en FSH produceren, zonder ooit een signaal terug te krijgen dat er voldoende hormonen zijn.
Het resultaat hiervan zijn blijvende, soms extreem hoge LH-spiegels.
Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar de effecten van een constant verhoogde hoeveelheid LH in het lichaam, zoals Zwida & Kutzler (2016) en: Kutzler (2023)
Deze studies suggereren een verband tussen hoge LH levels bij gecastreerde honden en lange-termijn aandoeningen als:
- obesitas
- incontinentie
- blaasstenen
- diabetes mellitus
- hypothyreoïdie (onvoldoende werking van de schildklier)
- gewrichtsdysplasie (HD en ED)
- ligament problematiek (zoals kruisbandrupturen)
- agressie en andere gedragsproblemen
- cognitieve problemen (zoals dementie)
- kanker
Dit zijn ernstige aandoeningen die een directe impact hebben op de kwaliteit van leven als ook de levensverwachting. Het onderstreept hoe belangrijk het is om een hond pas te castreren nadat de volledige hormooncyclus goed is doorlopen en er balans is. Te vroege castratie leidt tot een gebrek aan hormonale feedback naar de hypofyse met een toxische hoeveelheid van de signaalstof LH als gevolg. Niet iedere hond ondervindt problemen na castratie, hier is nuance heel belangrijk. Het is wel duidelijk dat hoe jonger de hond is bij castratie, hoe groter de kans op het ontwikkelen van een of meer bovengenoemde klachten op korte of langere termijn.
Daarnaast is gebleken dat vroege castratie tot fundamentele ontwikkelingsproblemen kan leiden; de groeischijven doen er langer over om te sluiten, waardoor de groei langer doorgaat maar uit balans raakt door een te beperkte spierontwikkeling. Dat kan leiden tot ernstige lichamelijke problemen.
Ook op gedrag heeft vroege castratie invloed: er is een aantoonbare toename van angst en agressie bij (te vroeg) gecastreerde honden.
WSAVA (2024): castratie biedt geen standaard gezondheidsvoordeel
In 2024 gaf de WSAVA aan dat er geen bewezen lange-termijn gezondheidsvoordeel is voor standaard castratie. De beslissing moet per individu afgewogen worden, rekening houdend met het dier, de leefomgeving en de verantwoordelijkheid van de eigenaar.
Maar waarom pleiten nog zoveel mensen voor castratie?
Het is een zeer dubbel onderwerp. Aan de ene kant is er een hele belangrijke en niet te verwaarlozen welzijnsfactor; populatiecontrole. Het terugdringen van de voortplanting onder zwerfdieren.
Aan de andere kant is er een stuk cultuur; castratie is heel lang de norm geweest. De onderzoeken naar de effecten van (vroeg-)castratie zijn nog vrij recent. Het kost tijd om dergelijke veranderingen breed te dragen, zowel bij dierenartsen als bij huisdiereigenaren.
Castratie kan ook gewoon praktisch zijn; als een hond naar dagopvang of vakantieopvang moet, als er meerdere honden in een huishouden zijn, als het een werkende hond (zoals een hulphond of therapiehond) betreft, enz.
Er is ook zeker geen zwart-wit. Er kunnen belangrijke medische of gedragsmatige redenen zijn voor castratie en laten we bij teefjes zeker niet voorbij gaan aan het reële risico op baarmoederontsteking. Voor de individuele hond kan castratie absoluut een juiste keuze zijn, die het welzijn vergroot.
Alternatieven voor volledige castratie
Er bestaan operatietechnieken waarbij het dier onvruchtbaar wordt gemaakt, maar de hormoonproductie behouden blijft:
- Teefjes: verwijderen van de baarmoeder met behoud van de eierstokken.
- Reuen: onderbreken van de zaadleiders met behoud van de testikels.
Dit voorkomt te hoge LH-levels, maar zijn (nog) geen standaard operaties. Je kunt de mogelijkheden bespreken met je eigen dierenarts.
Wat als je hond al gecastreerd is?
Castratie kan niet worden teruggedraaid, maar er wordt onderzoek gedaan naar het ondersteunen van gecastreerde dieren met hormoontherapie.
Bij reuen lijkt het regelmatig injecteren met testosteron veelbelovend: de hoge LH-niveaus dalen en eigenaren melden dat ze een afname van klachten zien en meer kwaliteit van leven.
Voor teven is hormoontherapie echter veel complexer en vooral nog theoretisch. Voor beide geslachten is meer onderzoek nodig, zowel voor korte als lange-termijn effecten.
Een recent onderzoek (2025) naar testosterontoediening bij gecastreerde reuen vind je hier: Safety and dosing of testosterone for hormone restoration in neutered dogs
Daarnaast is het voor gecastreerde dieren uiteraard belangrijk om te kijken naar voeding, om overgewicht te voorkomen en het lichaam optimaal te ondersteunen.
Hoe zit het met katten?
Katten reageren anders op castratie dan honden. Belangrijke verschillen:
- Ze hebben veel minder LH-receptoren en zijn dus minder gevoelig voor verhoogde LH-spiegels.
- Ze hebben kortere groeiperiodes, waardoor er minder risico is op skeletproblemen.
- Hormonen spelen bij katten een kleinere rol in emotie, gedrag en ontwikkeling. Hormoon-gedreven gedrag bij katten verdwijnt na castratie, waar dat bij honden niet vanzelfsprekend is.
Katten ervaren over het algemeen veel minder negatieve effecten van castratie dan honden.
Tot slot
Castratie is zeker geen zwart wit onderwerp en blijft een heet hangijzer. Het gaat hier zeker niet om goed of fout. Wel denk ik dat er veel baat is bij kennis over de werking van hormonen en castratie, nuance en het nemen van een beslissing die past bij het individu (mens én dier). Er zijn namelijk genoeg situaties waarin castratie wél de betere keuze is voor een dier. Bespreek het onderwerp met je dierenarts als je twijfelt en kies bijvoorbeeld eerst voor chemische castratie. Dit stopt tijdelijk de LH productie en daarmee uiteindelijk de productie van geslachtshormonen. Een gedragsdeskundige kan met je meedenken bij gedragsgerelateerde problemen rond de puberteit. Zo hoeft definitieve castratie niet altijd de eerste optie te zijn bij reuen, maar kan het een zorgvuldig afgewogen keuze zijn. En niet een keuze ‘omdat het zo hoort’ of omdat de dierenarts tijdens de gezondheidscheck vraagt wanneer je de castratie wilt plannen.
Mijn eigen visie is door de jaren heen veranderd en zeker na het volgen van de lezingen en het lezen van onderzoeken. Misschien verandert die van jou ook na het lezen van deze informatie. Onthoud vooral dat er geen goed of fout is en dat het oprecht een ingewikkeld onderwerp is dat veel facetten aanraakt. Ik hoop vooral dat je iets aan deze informatie hebt gehad.
Heb je vragen? Stuur gerust een bericht
Over Voerkrachtig

Ik ben Marylon, Integraal Voedingstherapeut voor honden & katten. Vanuit een passie voor dieren en voeding help ik jou om jouw dier krachtig & gezond te houden.
Heb je vragen?
Stuur gerust een berichtje via het contactformulier of plan een vrijblijvend gesprek



