Keuzevrijheid voor honden

kleine keuzes met grote invloed op het welzijn

Keuzevrijheid bij honden

Voor ons is keuzevrijheid redelijk vanzelfsprekend; van wat er op ons bord ligt, tot welke kleding we aantrekken en waar we naartoe gaan voor de dagelijkse wandeling. Keuzevrijheid is ontzettend belangrijk voor ons gevoel van autonomie en eigenwaarde. Wanneer we om welke reden dan ook onze keuzevrijheid verliezen, heeft dat een enorme impact op ons welzijn. Dat geldt ook voor onze honden, al spelen bij hen binnen dit thema vooral gevoel van controle, voorspelbaarheid, veiligheid en stressregulatie een belangrijke rol. Dat klinkt heel logisch, maar toch is keuzevrijheid voor honden helemaal niet zo vanzelfsprekend.


Een hond heeft vaak geen invloed op wat hij vandaag te eten krijgt, of wanneer en hoe veel. In veel situaties bepalen wij waar hij loopt. Wat de hond draagt of niet draagt, waar de hond slaapt, poept en plast (en wanneer), waar hij mee mag spelen en soms zelf met wie de hond sociaal contact heeft. Is er eigenlijk wel verantwoorde ruimte voor keuzevrijheid voor honden in onze maatschappij?

Wat is keuzevrijheid?

De definitie van het woord keuzevrijheid is: “De vrijheid van een persoon of groep om zelf een keuze te maken tussen beschikbare alternatieven, op basis van eigen voorkeuren, waarden of belangen.”

Hier kun je vervolgensop de volgende punten nader specificeren: er is meer dan één realistische keuzeoptie. De keuze is volledig aan jou en wordt niet beïnvloed of gestuurd door anderen. En: je kunt de gevolgen van jouw keuze overzien.

Dat laatste is voor honden vaak wat ingewikkelder; een hond reageert en acteert in het moment en voor hem is het niet van belang welke consequentie er aan de keuze zit die nu goed voelt. Zeker honden die bij ons in huis wonen zijn altijd afhankelijk van ons om hun keuzes te begeleiden en soms ook begrenzen. Een zeer belangrijke factor hier is natuurlijk veiligheid; wij zijn als eigenaar altijd verantwoordelijk voor de veiligheid van onze hond, ook als dat betekent dat hij dus niet mag snuffelen tussen die grasaren, de drukke weg over mag steken om de hond aan de overkant te begroeten of mag zwemmen in dat water met blauwalg. Keuzevrijheid is niet hetzelfde als grenzeloosheid (natuurlijk geldt hetzelfde voor onze eigen keuzevrijheid). Maar betekent dat dat een hond dan helemaal geen keuzevrijheid aan kan of nodig heeft?

Hoewel een hond in het moment leeft, is zijn bestaan en handelen niet puur en alleen instinctmatig. Een hond heeft een complexere hersenstructuur dan bijvoorbeeld een reptiel, wat maakt dat iedere hond een eigen unieke persoonlijkheid heeft, voor- en afkeuren heeft en natuurlijk ook emoties. Daarmee bestaat ook een zeker verlangen of zelfs noodzaak om in enige vorm controle te hebben over de omgeving: keuzevrijheid.

Wat is het risico als een hond helemaal geen controle ervaart?

Learned helplessness, in het Nederlands vaak vertaald als ‘aangeleerde hulpeloosheid’, is een gedragsfenomeen dat bekend werd door een heel naar leerpsychologisch onderzoek met honden in de jaren 60. Er werd beschreven hoe honden die werden blootgesteld aan oncontroleerbare, aversieve prikkels later minder of geen pogingen deden om aan een vergelijkbare situatie te ontsnappen, zelfs wanneer ontsnappen op dat moment wél mogelijk was (Overmier et al., 1967). Het fenomeen werd uitgelegd als het gevolg van een negatieve leerervaring: de hond zou hebben geleerd dat eigen gedrag geen invloed heeft op de uitkomst, waardoor het uiteindelijk stopt met proberen. Latere inzichten laten zien; passiviteit na oncontroleerbare aversieve ervaringen lijkt niet zozeer ‘aangeleerd’ maar eerder een natuurlijke stressreactie, terwijl het ervaren van controle juist wél aangeleerd kan worden (Maier & Seligman, 2016).

Learned helplessness komt bijvoorbeeld tot uiting in de vorm van verminderde initiatiefname, minder pogingen om te ontsnappen of contact te zoeken, passiviteit, terugtrekgedrag of een sterk afgevlakte reactie op prikkels. De hond (of ander dier) lijkt dan rustig en meewerkend, maar dat betekent niet dat het zich veilig voelt of instemt met wat er gebeurt. Zeker in training, verzorgingshandelingen en omgang met andere honden is dit onderscheid belangrijk: een hond die weinig weerstand (meer) toont, ervaart niet automatisch welzijn of ontspanning. Het kan ook geleerd hebben dat reageren geen verschil maakt.

Daarom wordt binnen modern dierenwelzijn steeds meer nadruk gelegd op mogelijkheden voor de hond om invloed uit te oefenen op zijn omgeving en op wat hem overkomt. Dit sluit aan bij een bredere verschuiving in hoe we naar gedrag kijken. Niet alleen de zichtbare gehoorzaamheid of afwezigheid van verzet is relevant, maar ook de vraag of het dier ruimte heeft om keuzes te maken, signalen te geven en situaties te vermijden of juist op te zoeken. Dit zien we bijvoorbeeld in de verschuiving van aversieve trainingsmethoden naar training op basis van positieve bekrachtiging en andere vormen van welzijnsgericht trainen. Wel belangrijk om te benadrukken is: dat betekent niet dat het soms niet te voorkomen is. Soms is een handeling noodzakelijk en in het directe belang van het welzijn en gezondheid. Nuance is daarom altijd essentieel.

Hoe kunnen we onze honden meer keuzevrijheid geven in het dagelijks leven?

Keuzevrijheid voor honden betekent niet dat zij alles voortaan zelf mogen bepalen. Een hond leeft in een wereld van mensen en is afhankelijk van ons. Wij bepalen de omgeving, de regels en de veiligheidskaders. En dat zijn belangrijke kaders om veiligheid en leefbaarheid te kunnen waarborgen.
Toch kunnen we binnen de regels en kaders ervoor zorgen dat je hond meer keuzes zelf kan maken en ervaart dat hij invloed kan uitoefenen op zijn omgeving of wat hem overkomt.

Ik doel nu vooral op kleine, dagelijkse momenten. Laat je hond bij een kruispunt beslissen welke richting hij op wil gaan. Geef je hond eens regie hoe lang hij ergens mag blijven snuffelen. Zorg er voor dat de hond kan kiezen waar hij wil slapen; is dat in een mand, op een kleed of toch liever op de koele vloer. Of misschien wel buiten, als dat mogelijk is. Wil hij contact maken met een andere hond of persoon, of juist afstand houden? Wil hij meewerken aan een verzorgingshandeling, of kiest hij er voor om weg te lopen? Zulke keuzes lijken misschien klein, maar ze geven een hond het gevoel dat hij in zekere mate invloed heeft op wat er met hem gebeurt. Hier bewust bij stil staan en ruimte geven aan je hond om bepaalde situaties te beïnvloeden, al lijkt het nog zo klein, is ontzettend welzijnsbevorderend.

Enkele andere eenvoudige tips:

  • Laat je hond kiezen tussen speeltjes waar hij mee wil spelen, bijvoorbeeld in een krat of mand welke vrij toegankelijk is.
  • Zijn bepaalde activiteiten aan herkenbare voorwerpen gelinkt? Bijvoorbeeld een specifiek tuig of speeltje. Dan kun je oefenen met je hond om gericht een activiteit te kiezen.
  • Biedt meerdere kauwsnacks aan voor het snackmoment en laat de hond kiezen welke hij op dit moment wil hebben.
  • Laat je hond zelf beslissen of hij een persoon wil begroeten of niet. Respecteer een weigering en vraag de andere persoon dat ook te doen.
  • Leer een stopsignaal aan; zodat de hond kan aangeven wanneer een verzorgingshandeling of training klaar is. Dit kan bijvoorbeeld ook een (spraak)knop zijn, of een target.
Keuzevrijheid bij honden

Aandachtspunten bij keuzes bieden

Het is wel belangrijk om onderscheid te maken tussen echte keuzevrijheid en schijnkeuze. Een keuze is pas waardevol als de hond zonder druk, sturing of negatieve gevolgen een voorkeur kan aangeven. Wanneer een hond bijvoorbeeld alleen mag kiezen zolang hij kiest wat wij willen, is er eigenlijk geen sprake van keuzevrijheid. Ruimte geven voor keuze betekent dus ook dat we bereid moeten zijn om naar het antwoord van de hond te luisteren, ook wanneer dat antwoord op dat moment eigenlijk niet uitkomt. Het is daarnaast belangrijk dat keuzes een positieve uitkomst hebben voor de hond; een keuze tussen een nare of enge handeling of een andere vervelende handeling is geen echte keuze. Je kunt wél werken aan het bieden van controle voor je hond tijdens een vervelende handeling die moet gebeuren, zoals een stopsignaal dat je hond kan geven. Hier is het dan wel belangrijk dat we naar de hond luisteren en het signaal respecteren.

Ook kunnen keuzes voor de hond als individu verschillen; de ene keuze is waardevoller dan de andere. Dit heeft te maken met de persoonlijkheid van de hond en individuele voorkeuren. Door goed op te letten wat de voorkeuren van jouw hond zijn, kun je ontdekken waar de echte winst ligt om je hond meer controle over te geven.

Soms kan het onwennig voelen, zowel voor de hond als het baasje. Sommige honden zijn in het begin wat onzeker in het maken van een keuze. Als ze echter vaker ervaren dat ze de ruimte hebben om zelf invloed uit te oefenen, zullen ze die ruimte met steeds meer zekerheid en zelfvertrouwen in gaan nemen. Ze durven meer aan te geven, nemen meer ruimte om op onderzoek uit te gaan en het kan zelfs effect hebben op de mate waarin ze om kunnen gaan met stressvolle situaties.

Tot slot: keuzevrijheid binnen veilige grenzen

Keuzevrijheid voor honden hoeft dus niet groot en zeker niet grenzeloos te zijn. Veiligheid staat altijd voorop, het is de rol van ons als baasje om de hond veilig te houden in situaties die zij zelf niet kunnen overzien. Juist in het dagelijks leven liggen echter veel haalbare momenten waarop we een hond meer invloed kunnen geven, zonder dat dit ten koste gaat van veiligheid, structuur en duidelijkheid. Keuzevrijheid zit juist niet in het loslaten van alle regels, maar in het bewust aanbieden van kleine keuzemomenten binnen grenzen die voor mens en hond veilig en prettig zijn.